Advies Werkplaats Wonen: “Hoe gaan we verder?”

[Metropoolregio Eindhoven, 20.05.2016] “Op 14 oktober 2015 heeft de Werkplaats Wonen het advies “Breken met grenzen: wonen in een complete […]

Extranet

Terugblik mini-symposium “Woningmarkt Zuidoost-Brabant uit de crisis?”

We lezen de berichten in de media allemaal: “Huizenprijzen met dik 3 procent in de lift” (nu.nl, 21 januari 2016). “Huizenmarkt herstelt sneller, maar lang niet overal” (Elsevier, 14 januari 2016). “Herstel woningmarkt zet in Zuidoost-Brabant stevig door” (ED, 8 december 2015).

Betekent dit dat de crisis op de woningmarkt voorbij is? Of staan we de komende jaren nog voor een aantal forse uitdagingen in Zuidoost-Brabant?

In het mini-symposium Woningmarkt Zuidoost-Brabant uit de crisis? van 17 maart jl. gaven twee woningmarktexperts hun visie op die vragen. Dagvoorzitter Cees Oosterwijk, lid van de Raad van Commissarissen van Wooninc. en partner van BMC, nam de ruim 100 aanwezigen mee door het programma.

In zijn opening meldde dhr. Oosterwijk dat één van de sprekers zich op het laatste moment helaas ziek heeft moeten afmelden. Onder de titel ‘de lokroep van te dure koop’ zou Niek Bargeman, senior adviseur bevolking en wonen van de provincie Noord-Brabant, iets vertellen over de na-ijleffecten van de crisis, de veranderende vraag en het weinig flexibele planaanbod. Oftewel, waarom het nog altijd niet zo wil vlotten met de woningbouw. Hoewel dhr. Bargeman er dus niet bij was, is de presentatie die hij eigenlijk zou doen toch bijgevoegd: De lokroep van te dure koop.

Jos Smeets, universitair hoofddocent van de TU/e, nam de koopmarkt onder de loep op basis van NVM-cijfers over de afgelopen 10 jaren. Zijn verhaal ging over toenemende vraag- en aanbodverschillen tussen woningtypen en subregio’s in Zuidoost-Brabant. Mede daarom is volgens dhr. Smeets regionale afstemming en monitoring noodzakelijk. De presentatie is hier terug te vinden: Sterren en zorgenkindjes.

Volgens Ingrid de Boer, algemeen directeur Woonbedrijf, is er sprake van een beleidscrisis. Woonbedrijf gelooft namelijk niet in de maakbare samenleving; het nieuwe rijksbeleid lijkt daarin wel te geloven. Bij Woonbedrijf heeft de klant het laatste woord. Op basis van data-onderzoek heeft de corporatie in beeld gebracht wat hun klanten willen. Wat dat is, is terug te lezen in de bijgevoegde presentatie: De klant heeft het laatste woord.

Na de presentaties van dhr. Smeets en mevr. De Boer vond een interessante paneldiscussie plaats. Naast de twee sprekers namen ook Chris van Roon (voorzitter NVM Zuidoost-Brabant), Frans Stienen (wethouder gemeente Helmond, voorzitter Werkplaats Wonen) en Willy Giesbers (voorzitter Bouwend Zuidoost-Brabant, directeur Adriaans Bouwgroep) plaats in het panel. Ook het publiek kreeg de gelegenheid zich te mengen in de discussie. De hoofdpunten uit de discussie:

  • De panelleden en het publiek bevestigen dat er duidelijke verschillen zijn op de woningmarkt in de subregio’s (Peel, Kempen, A2-gemeenten en stedelijk gebied) in Zuidoost-Brabant. Bijvoorbeeld wat betreft de vraag naar koop en/of huur. Alhoewel kopen niet meer de status heeft die het vroeger had, is in het landelijke gebied nog steeds een sterke voorkeur voor een koopwoning. En juist op de mindere locaties in het landelijke gebied zijn er afzetproblemen bij bepaalde type woningen.
  • De huurmarkt is aan het veranderen. Huurappartementen werden voorheen voornamelijk als laatste stap op de woningmarkt voor senioren gezien. Dat waren vaak ook wat grotere appartementen. Nu merken we dat vooral in het stedelijk gebied de vraag naar kleinere, betaalbare (tussen € 700 en € 1.000) appartementen toeneemt. Mensen willen flexibeler zijn. En daarbij past een huurwoning.
  • De woningbouwplannen in de regio zijn kwantitatief op orde. Kwalitatief is er wel nog sprake van een mismatch. Daarom zullen gemeenten moeten zorgen voor meer flexibiliteit in de programmering, waarbij ook rekening gehouden moet worden met (toekomstige) transformatielocaties.
  • Bouwbedrijven merken dat de markt voor woningen met een vraagprijs boven de 3 ton echt dunner is geworden. Mede daarom starten ook ontwikkelende bouwers vaker een soort CPO waarin zij kopers begeleiden om het huis van hun dromen te realiseren. Deze vorm van ontwikkelen leeft meer in De Peel en De Kempen dan in het stedelijk gebied.
  • Huurders willen vaak in hun eigen huis blijven woningen. Vanwege het rijksbeleid (passend toewijzen) durven huurders ook niet te verhuizen. Als ze verhuizen, moeten ze namelijk meer gaan betalen. Dat belemmert de doorstroming. Woonbedrijf doet daarom een experiment met oudere huishoudens waarin zij hun huurprijs kunnen meenemen naar hun nieuwe woning.
  • Er komen steeds meer één- en tweepersoonshuishoudens. Dat vertaalt zich in een vraag naar kleinere en betaalbare woningen. Uit het verhaal van dhr. Smeets bleek dat er in sommige subregio’s veel vrijstaande woningen te koop staan. Kunnen die dan niet worden verbouwd tot meerdere kleinere woningen voor de één- en tweepersoonshuishoudens? Die woningen staan echter vaak op de verkeerde plek. Maar soms zie je inderdaad initiatieven ontstaan om grotere woningen/gebouwen te splitsen in meerdere woningen.
  • Discussies over de woningmarkt gaan vaak over nieuwbouw. We moeten meer aandacht hebben voor de bestaande voorraad. Daarin is nog zoveel mogelijk.
  • De samenwerking tussen de gemeenten in de regio moet beter. We moeten zorgen dat we geen concurrenten zijn van elkaar, maar aanvullend aan elkaar werken.

De eindconclusie is dat het beter gaat met de woningmarkt in Zuidoost-Brabant. Maar we moeten blijven opletten. Er is namelijk wel degelijk wat structureel veranderd op de woningmarkt. Sommige subregio’s en sommige woningtypen hebben het erg moeilijk. En alleen vanuit een gezamelijk visie op de regionale woningmarkt kunnen woningmarktpartijen hier adequaat op inspelen.

 

Het verslag en de presentaties van het Mini-symposium “Zuidoost-Brabant uit de crisis?” dat op 17 maart 2016 heeft plaatsgevonden op de Technische Universiteit Eindhoven kunt u hier downloaden:

Afbeedling bij nieuwsbericht over presentaties

Achtergrondinformatie:

 

 

Stichting Interface

  • Tu/e
  • Den Dolech 2
  • Postbus 513
  • 5600 MB
  • Eindhoven
  • T: 040 247 3325/3320
  • F: 040 243 8488
  • E: interface@tue.nl

Stel hier uw vraag

captcha
Neem tekst over: